VVD en PVV: vergeven en vergeten?

kabinet-rutte-1-jaarVVD en PVV: vergeven én vergeten?

Met de verkiezingen in zicht worden mogelijke coalities verkend. De PVV komt ook weer in beeld. Maar de partij was niet klaar voor semi-regeringsdeelname in 2010-2012 en is dat nog steeds niet.

De PVV is na de val van Rutte I een politieke buitenspeler geworden. Wilders vond dat geen probleem, want electoraal gaat het goed en dat plaveit volgens Wilders opnieuw de weg naar regeringsdeelname. ‘Geloof me, het zijn allemaal machtspartijen. Ze zouden hun schoonmoeder nog verkopen om aan de macht te komen’, zei hij. Afgezien van die schoonmoeder, het is een terechte inschatting van Wilders. De VVD heeft al een opening gemaakt. De PVV staat niet buitenspel, zei Edith Schippers onlangs. Zeker, Rutte stelde in een vraaggesprek in Buitenhof nog maar eens dat Wilders eerst zijn “minder minder” uitspraak terug moet nemen. Een opmerkelijk principieel standpunt voor een partijleider die net zoveel op heeft met moreel leiderschap als een dominee met Nietzsche. Het lijkt me dat Rutte inschat dat dit punt prima uit valt te onderhandelen te zijner tijd.

Dat de PVV een onbetrouwbare coalitiegenoot was gebleken vond Rutte geen reden tot uitsluiting. Dat zijn andere partijen ook vaak, zei hij. Met andere woorden, coalitiepartners steken je wel vaker een mes in de rug, niet mokken. Vergeven dus, maar vergeten lijkt me minder verstandig.  Om het geheugen op te frissen, even terug naar de val van Rutte I op 12 april 2012. Gedoogpartner PVV staakte plotseling de onderhandelingen over verdere bezuinigingen. Door de bank genomen was de PVV geen onbetrouwbare coalitiepartner geweest in de voorafgaande periode. De PVV fractie stemde keurig volgens de afspraken gemaakt in het Gedoogakkoord. Moties van wantrouwen bleven achterwege. Wilders raakte echter in paniek in de onderhandelingsronde over extra bezuinigingen. De PVV onderhandelaars werden verrast door de dwarse opstelling van staatssecretaris Ben Knapen, die weigerde om de bezuinigingen af te wentelen op ontwikkelingssamenwerking. Dat was de aanleiding voor paniek, maar de oorzaak ervan was structureler. Wat de PVV opbrak was dat de partij de interne zaken niet op orde had. Door de snelle groei van de fractie in 2010 had Wilders moeite om de orde te handhaven in de fractie en door dissidentie van fractielid Hero Brinkman was er geen meerderheid meer voor de regeringscoalitie. Het waren de interne spanningen in de partij die van Wilders een onbetrouwbare onderhandelaar maakten. Hij had een zwakke onderhandelingspositie gekregen doordat hij de fractie niet onder controle had en hij was bang voor aanhoudende dissidentie.

Op het punt van interne organisatie heeft de PVV weinig bijgeleerd. Wilders heeft na de val van het kabinet Rutte I de koers verlegd naar compromisloze oppositie en buitenparlementaire actie. Dat heeft herhaaldelijk tot interne spanningen en tot een uittocht van dissidenten geleid. De partij lijkt minder klaar dan ooit voor regeringsverantwoordelijkheid. Reden genoeg om te vrezen dat de geschiedenis zich herhaalt. Dat zou komisch zijn, als het niet tragisch was.