Categorie archief: Uncategorized

Migratiebeleid buigt naar rechts

Het beeld dat van het regeerakkoord tussen VVD, CDA, D66 en CU uitgedragen wordt is te eenzijdig. Pundits en politici typeren het regeerakkoord vrijwel eensgezind als een evenwichtig geheel van compromissen. Het regeerakkoord is niet links, niet rechts, maar middendoor als je de krantenkoppen mag geloven. De ‘plannen zien er goed uit voor iedereen’ (NRC), het regeerakkoord ‘verenigt verschillende werelden’ (NRC), ‘voor elk wat wils kabinet’ ( Volkskrant), ‘gedegen en afgewogen akkoord voor de “gewone” Nederlander ‘ (Trouw) en zo kan ik nog wel even doorgaan.

leve452+962rageDat beeld klopt niet, want op een van de belangrijkste issues van deze tijd is van compromissen weinig te merken. De voorgestelde maatregelen ten aanzien van immigratie, integratie en veiligheid hebben zonder meer een rechtse signatuur. Dat is ook geen wonder na een campagne waarbij CDA en VVD op dit terrein met grof geschut poogden kiezers bij de PVV weg te lokken. D66 en ChristenUnie hebben daar in de onderhandelingen weinig tegenover kunnen of willen zetten. Beide partijen waren uitermate kritisch over de Turkije-deal maar accepteren dat die nu een blauwdruk wordt voor overeenkomsten met Afrikaanse landen. Beide partijen accepteren ook dat het VN Vluchtelingenverdrag mogelijk aangepast gaat worden. Al even opvallend is dat D66 en CU teruggekomen zijn van hun standpunt dat vluchtelingen gelijk behandeld dienen te worden als het gaat om sociale rechten als bijstand, huur en zorg. De ChristenUnie had weliswaar al in het verkiezingsprogramma die ommezwaai gemaakt naar sobere uitkeringen in natura voor vluchtelingen gedurende twee jaar, maar dat tekent alleen maar dat ook partijen die niet direct electoraal bedreigd worden door de PVV sinds de vluchtelingen crisis van 2015/2016 naar rechts opgeschoven zijn.

Het zijn geen kleine beleidswijzigingen die het komende kabinet met betrekking tot immigratie en integratie wil doorvoeren. Je kan deze fundamentele ondermijning van de rechten van vluchtelingen niet wegstrepen tegen bijvoorbeeld de verruiming van de dubbele nationaliteit. Het is zeker niet onbelangrijk dat de eerste generatie expats hun Nederlandse paspoort niet hoeven inleveren, maar dit is geen concessie aan D66 of CU. Het is een punt waar de VVD al jaren mee in de maag zit en dat met een Brexit aan urgentie gewonnen heeft. Dat het kinderpardon niet opgeheven wordt, zoals de VVD wilde, is al evenmin een compromis te noemen. D66 en CU stelden voorheen terecht dat handhaving van het kinderpardon zoals het nu is in de praktijk weinig verschilt van opheffing omdat het nauwelijks toegepast wordt. Dan hebben we het nog niet eens gehad over de conservatieve voorstelling van nationale identiteit in het akkoord. Het voorstel van D66 om niet alleen het Wilhelmus op school te leren, maar ook aandacht te schenken aan het slavernijverleden is gesneuveld. Tenslotte zijn er de anti-terrorisme maatregelen zoals het langer kunnen vasthouden van jihadisten, mogelijke uitbreiding van artikel 2.2. van het Burgerlijk Wetboek om anti-democratische organisaties (zoals bijvoorbeeld salafistische organisaties) te kunnen verbieden. Daar staat een mogelijke aanpassing van de zogenaamde sleepwet tegenover, dankzij de vervroegde evaluatie die in het regeerakkoord wordt beloofd. Het aangekondigde referendum hierover, gesteund trouwens door de Jonge Democraten, heeft daarbij een handje geholpen. Jammer alleen dat privacy voorvechter D66 van dit drukmiddel in de toekomst geen gebruik meer van zal kunnen maken omdat de partij akkoord is gegaan met afschaffing van het raadgevend referendum.

Bij elkaar genomen kan je het voorgenomen beleid op dit terrein moeilijk een uitgebalanceerd geheel noemen. Op andere terreinen mag de oefening op de evenwichtsbalk misschien geslaagd zijn, maar voor immigratiebeleid pakt Rutte III geen medaille.

 

Het rechtse populisme is allerminst verslagenfranse-verkieizngen

Marine LePen heeft de eerste ronde van de presidentsverkiezing niet gewonnen en haar kans om dat alsnog te doen in de tweede ronde is klein. In Nederland was het Geert Wilders ook al niet gelukt om premier te worden en in Oostenrijk had de rechtse populist Norbert Hofer al eerder de strijd om het presidentschap verloren. Is de opmars van het rechtse populisme gekeerd? In de media is die overtuiging prominent aanwezig. Trouw schrijft dat de populisten op een glazen plafond stuiten. (24-04-2017) De Morgen (23-04-2017) constateert dat Marine LePen tegen een geruststellend plafond is aangelopen en dat Trump eerder een ongelukje dan een trendsetter lijkt te worden. De Washington Post (24-04-2017) schrijft dat de angst voor een populistische golf ongegrond blijkt, want rechtse populisten hebben nu op rij verschillende verkiezingen verloren.

Terwijl nog tot voor kort een zegetocht van het rechtse populisme werd voorspeld lijkt nu de stelling betrokken te gaan worden dat het plafond bereikt is. De overschatting van het rechts populistische potentieel maakt plaats voor geringschatting. Het rechtse populisme zou aan de grenzen van zijn groei gekomen zijn. Dat is een even grote misvatting.  De rechts populistische partijen in West Europa zijn de laatste jaren gegroeid. Van gemiddeld 8% bij nationale verkiezingen in het eerste decennium van deze eeuw naar gemiddeld zo’n 12 % vanaf 2010. Verschillende partijen, zoals de FPÖ (Oostenrijk), Ps (Finland), DF (Denemarken), FrP (Noorwegen) hebben na de millenniumwisseling scores rond de 20% weten te bereiken bij nationale verkiezingen. De SVP heeft bijna 30% gehaald en is sinds 2003 de grootste partij van Zwitserland. Niets wijst er op dat aan de groei nu een einde gekomen zou zijn. Zeker, sommige partijen zoals de Finnen, de Noorse Vooruitgangspartij en de Deense Volkspartij zullen bij komende verkiezingen mogelijk wat terugvallen volgens de peilingen. Daar staat tegenover dat andere partijen floreren. De AfD kan nog steeds landelijk doorbreken bij de verkiezingen dit jaar in Duitsland, ook al zakt de partij gestaag in de peilingen. De Zweden Democraten zullen volgens de peilingen grote winst boeken bij de verkiezingen in 2018. In Oostenrijk maakt de FPÖ volgens de peilingen een goede kans om de grootste partij te worden bij de verkiezingen van 2018.

De groei van populistische partijen gaat voor een belangrijk deel samen met de gestage afbrokkeling van de mainstream partijen. In Nederland zijn percentages van 30% of meer sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw niet meer voorgekomen bij nationale verkiezingen. Vooral de sociaal-democratische partijen staan er slecht voor: zware verliezen in Griekenland, Spanje en Nederland en slechte vooruitzichten in Italië en Groot Britannië. In Frankrijk was de malaise tot voor kort ook met name bij de Parti Socialiste te zien, maar juist de uitslag van de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen maakt duidelijk dat zowel de PS als Les Républicains het erg moeilijk gaan krijgen bij de komende parlementsverkiezingen in juni. De bodem voor mainstream partijen en het plafond voor populistische partijen zijn beide nog niet in zicht vrees ik.

 

———-De Groene Amsterdammer-, woensdag 1 juni 2016

Radicaal rechts in Europa.    ‘Het wordt niet minder, minder’

Terwijl gevestigde partijen de ideologische veren hebben afgeschud, houden radicaal rechtse partijen hun tooi in ere. De partijfamilie van de PVV is in bijna heel West-Europa salonfähig geworden. Dat betekent echter niet dat ze zich ideologisch matigen.

door Tjitske Akkerman, Sarah de Lange & Matthijs Rooduijn

Het gaat goed met radicaal rechtse partijen in West-Europa. In Oostenrijk heeft fpö-­kandidaat Norbert Hofer op een haar na het president­schap veroverd. De partij maakt volgens de peilingen grote kans op het premierschap, mochten er nu nationale verkiezingen gehouden worden. De pvv steekt momenteel wat virtuele populariteit betreft met kop en schouders boven alle andere Nederlandse partijen uit. In Frankrijk heeft Marine Le Pen, die in 2011 het leiderschap van het Front National (FN) overnam van haar vader, de partij naar nieuwe electorale hoogten geleid. En ook Alternative für Deutschland (AfD) in Duitsland, de Lega Nord (LN) in Italië, de Sverigedemokraterna (SD) in Zweden, UK Independence Party (ukip) in het Verenigd Koninkrijk en het Vlaams Belang (VB) bij onze zuiderburen doen het goed in recente peilingen.  lees verder: De Groene Amsterdammer

———————-Blog  London School of Economics————————-

hcstrache8august2016featured-669x272   Radical right-wing populist parties have experienced a growth in support in several European countries over the last 15 years, but how do such parties adapt to power when they enter government? Tjitske Akkerman, Sarah de Lange and Matthijs Rooduijn write that although radical right-wing populist parties do become more mainstream in some respects when they enter office, this is largely only true in a procedural sense, with their policy platforms quickly becoming just as radical as before when they go back into opposition. lees verder:  London School of Economics: Avoiding the mainstream

——————————————–Nederlands Dagblad———————————————

‘Populisten doen niet aan dimmen’

De opmars van de radicaal rechts-populistische partijen in West-Europa gaat gestaag door. Gemiddeld scoren deze partijen – van PVV tot Front National en FPÖ, UKIP en andere – bij verkiezingen ruim 12 procent. Dat is ruim 4 procent meer dan vergelijkbare partijen in de jaren negentig van de twintigste eeuw. lees verder:   Nederlands Dagblad 26-8-2016