Hongarije, Polen… zijn populisten een gevaar voor de democratie?

Viktor-Orban133735-jaroslaw-kaczynski-nestandard2De democratisering in Europa stagneert. De democratiseringsgolf die met de val van de Portugese dictatuur in 1974 begon is tot stilstand gekomen. (Zie Freedom House) In Oost-Europa heeft Hongarije het slechte voorbeeld gegeven en Polen heeft sinds de Partij voor Wet en Rechtvaardigheid vorig jaar de verkiezingen won het voorbeeld van Hongarije nagevolgd. De stappen die Orban in Hongarije gezet heeft om de rechterlijke macht en media te onderwerpen worden in Polen nauwgezet gevolgd. Zoals veel Europese landen ten tijde van de democratisering  van elkaar leerden hoe een autoritair regime omver te werpen, zo lijken ze nu van elkaar te leren hoe de democratische verworvenheden terug te draaien.

De ontwikkelingen in Hongarije en Polen passen in een bredere trend. Niet alleen is er wereldwijd een einde gekomen aan de democratiseringsgolf die in 1974 begon, maar ook de manier waarop dat gebeurt is allesbehalve uniek voor Oost-Europa. In plaats van militaire of andere staatsgrepen die in de vorige eeuw kenmerkend waren zien we nu veel vaker een geleidelijke en gedeeltelijke machtsgreep. (zie Journal of Democracy, 27,1, 2016, 5-19) De nieuwe autoritaire leiders zijn vaak democratisch aan de macht gekomen en hebben ook niet de neiging om verkiezingen af te schaffen. Zij plegen sluipenderwijs een coup door de uitvoerende macht uit te breiden ten koste van de oppositie, rechterlijke macht, media en maatschappelijke organisaties. Dat is niet alleen het geval in Oost-Europa, maar zo ging het recent ook in verschillende landen in Latijns-Amerika, zoals in Venezuela onder Chavez, Bolivia onder Morales en in Equador onder Correa. Ook openlijke fraude bij verkiezingen is afgenomen. Meer subtiele manipulatie, – zoals het in diskrediet brengen van de tegenstander door het opnemen en lekken van vertrouwelijke gesprekken in Hongarije en Polen-, is daarvoor in de plaats gekomen.  Strategische manipulatie van verkiezingsuitslagen door wijziging van de kieswet, mediacontrole etc. zijn ook beproefde methoden geworden.  Rusland onder Poetin en Turkije onder Erdogan kennen nog steeds verkiezingen en ook al is er geen  openlijke fraude, vrij en fair zijn die verkiezingen niet.

Het zijn ook niet alleen of vooral de populistische partijen in Oost-Europa of elders die een gevaar voor de democratie zijn. Orban en Kaczynski (op de achtergond de leider van de Partij voor Wet en Rechtvaardigheid) zijn populisten en ook in Latijns-Amerika zijn het vaak populistische leiders die als ze eenmaal aan de macht zijn de liberale democratie stap voor stap gaan ontmantelen. Maar ook in dit opzicht is de trend breder. Erdogan en Poetin zijn misschien nog als populisten te omschrijven, maar ook verschillende niet -populistische presidenten hebben op dezelfde wijze stapsgewijs hun macht vergroot ten koste van parlement en rechtsstaat. Janoekovitsj, voormalige president van Oekraïne  en verschillende presidenten in Afrikaanse landen zijn daarvan voorbeelden. Omgekeerd kennen we verschillende populistische leiders in Europa die ook als ze (mee)regeren zich aan de spelregels houden. Populisten zijn waarschijnlijk net zo (on)gevaarlijk voor de democratie als niet-populistische leiders.