De ondraaglijke lichtheid van de PvdA asscher

Het meest schokkend van de uitslag van de Tweede Kamer verkiezing 2017 was het ongekende verlies van de PvdA. De PvdA is ten onder gegaan aan leegheid. Illustratief was het slotdebat bij de NOS waar Lodewijk Asscher tegenover Geert Wilders stond. Asscher had gekozen voor een defensieve stelling: “ Nederland is van ons allemaal’. Hoewel hij die met verve verdedigde was het tekenend voor het gebrek aan eigen profiel dat Asscher een stelling koos op het terrein van de tegenstander.

Nederlanderschap en nationale identiteit zijn thema’s die de PVV zich al lang heeft toegeëigend en waar deze partij goed mee boert bij de kiezers. Daar kan de PvdA met een achterban die verdeeld is als het gaat om immigratie en integratie beter verre van blijven. Voor de kosmopolieten onder de PvdA-kiezers was Asscher’s pleidooi bovendien te weinig en te laat. Partijen als GroenLinks en D66 zijn consistenter en duidelijker geweest in hun afkeer van het enge nationalisme van Wilders dan de PvdA in de afgelopen jaren. GroenLinks en D66 hebben volgens onderzoek van Ipsos 13 zetels te danken aan teleurgestelde PvdA-verlaters. Voor de nationalisten onder de PvdA kiezers is er een keur aan rechtse alternatieven waaronder de PVV. De PVV dankt dan ook 2 zetels aan weggelopen PvdA -ers.

Josse de Voogd (de Volkskrant 17/3/2017 ) betoogde dat vooral de PvdA-kiezers in de provincie zich meer druk maken om economische dan om culturele thema’s.  Dat wil niet zeggen dat Asscher zich op de economie had moeten werpen. Economie is een thema waar de VVD eigenaar van is en zelfs die partij lukte het niet goed om te scoren met het herstel van de economie.

De thema’s waar Asscher mee had moeten scoren waren sociale zekerheid, zorg en arbeidsmarkt . Die stonden bij PvdA kiezers bovenaan volgens onderzoek van Ipsos. (zie nos.nl ) Dat Asscher niet een stelling rond een van deze thema’s koos kan ik me voorstellen. Op het terrein van sociale zekerheid en zorg heeft de PvdA zich heel duidelijk geprofileerd de afgelopen jaren, maar dan in negatieve zin. Het waren PvdA bewindslieden als Klijnsma en Van Rijn die rechten op bijstand en zorg afbraken door tegenprestatie en zelfredzaamheid centraal te stellen. Asscher zelf had met een vrijwel mislukte flexwet weinig te bieden op het thema arbeidsmarkt.

Een laatste optie was geweest om het voor de PvdA niet onbelangrijke thema van de gelijkheid aan te snijden. Inkomensnivellering was immers het belangrijkste thema waar de PvdA zich tijdens de kabinetsformatie op probeerde te onderscheiden via de inkomensafhankelijke zorgpremie. De partij moest bakzeil halen toen de VVD achterban in verzet kwam. Ook dit thema liet Asscher dus links liggen en het werd met verve door Jesse Klaver opgepakt in zijn duel met Buma.

In het slotdebat stond Asscher duidelijk met lege handen. Verantwoordelijkheid nemen terwille van het landsbelang is mooi, maar de partij offerde daarvoor een toch al bleek profiel op. Dat getuigt van weinig verantwoordelijkheidsgevoel voor het partijbelang. Dat de kiezers de PvdA massaal de rug toekeerden is daarvan een voorspelbaar gevolg.