Het rechtse populisme is allerminst verslagenfranse-verkieizngen

Marine LePen heeft de eerste ronde van de presidentsverkiezing niet gewonnen en haar kans om dat alsnog te doen in de tweede ronde is klein. In Nederland was het Geert Wilders ook al niet gelukt om premier te worden en in Oostenrijk had de rechtse populist Norbert Hofer al eerder de strijd om het presidentschap verloren. Is de opmars van het rechtse populisme gekeerd? In de media is die overtuiging prominent aanwezig. Trouw schrijft dat de populisten op een glazen plafond stuiten. (24-04-2017) De Morgen (23-04-2017) constateert dat Marine LePen tegen een geruststellend plafond is aangelopen en dat Trump eerder een ongelukje dan een trendsetter lijkt te worden. De Washington Post (24-04-2017) schrijft dat de angst voor een populistische golf ongegrond blijkt, want rechtse populisten hebben nu op rij verschillende verkiezingen verloren.

Terwijl nog tot voor kort een zegetocht van het rechtse populisme werd voorspeld lijkt nu de stelling betrokken te gaan worden dat het plafond bereikt is. De overschatting van het rechts populistische potentieel maakt plaats voor geringschatting. Het rechtse populisme zou aan de grenzen van zijn groei gekomen zijn. Dat is een even grote misvatting.  De rechts populistische partijen in West Europa zijn de laatste jaren gegroeid. Van gemiddeld 8% bij nationale verkiezingen in het eerste decennium van deze eeuw naar gemiddeld zo’n 12 % vanaf 2010. Verschillende partijen, zoals de FPÖ (Oostenrijk), Ps (Finland), DF (Denemarken), FrP (Noorwegen) hebben na de millenniumwisseling scores rond de 20% weten te bereiken bij nationale verkiezingen. De SVP heeft bijna 30% gehaald en is sinds 2003 de grootste partij van Zwitserland. Niets wijst er op dat aan de groei nu een einde gekomen zou zijn. Zeker, sommige partijen zoals de Finnen, de Noorse Vooruitgangspartij en de Deense Volkspartij zullen bij komende verkiezingen mogelijk wat terugvallen volgens de peilingen. Daar staat tegenover dat andere partijen floreren. De AfD kan nog steeds landelijk doorbreken bij de verkiezingen dit jaar in Duitsland, ook al zakt de partij gestaag in de peilingen. De Zweden Democraten zullen volgens de peilingen grote winst boeken bij de verkiezingen in 2018. In Oostenrijk maakt de FPÖ volgens de peilingen een goede kans om de grootste partij te worden bij de verkiezingen van 2018.

De groei van populistische partijen gaat voor een belangrijk deel samen met de gestage afbrokkeling van de mainstream partijen. In Nederland zijn percentages van 30% of meer sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw niet meer voorgekomen bij nationale verkiezingen. Vooral de sociaal-democratische partijen staan er slecht voor: zware verliezen in Griekenland, Spanje en Nederland en slechte vooruitzichten in Italië en Groot Britannië. In Frankrijk was de malaise tot voor kort ook met name bij de Parti Socialiste te zien, maar juist de uitslag van de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen maakt duidelijk dat zowel de PS als Les Républicains het erg moeilijk gaan krijgen bij de komende parlementsverkiezingen in juni. De bodem voor mainstream partijen en het plafond voor populistische partijen zijn beide nog niet in zicht vrees ik.